QuaranTime #12: Nepnieuws in de supermarkt en digitale borrels

‘Heb je nog plannen voor het weekend?’, vraagt een vriendin aan de telefoon. Aan weerszijden van de lijn buldert direct een schaterlach. Het is vrijdag, einde van de middag. Ik zit op het pleintje voor mijn Albert Heijn. De zon schijnt op mijn bol. Nee, wij gaan helemaal niets doen dit weekend. We blijven binnen.

Er zijn vandaag geen mandjes bij de ingang van de supermarkt. Een bewaker voor de poortjes verzoekt mij vriendelijk om een winkelwagen te pakken. Ik vraag hem niet waarom, maar volg de nieuwe maatregel zonder protest op. Een medewerker spuit de karretjes royaal onder met een desinfectiemiddel, voordat ik ermee aan de haal kan.

Shit, wat moet ik met zo’n grote winkelwagen?

Ik heb alleen maar bananen, melk en chocola nodig. Of nee, ik heb eigenlijk helemaal niks nodig. Bega ik hiermee een overtreding? Zinloos boodschappen doen bij gebrek aan een andere dagbesteding. Ten behoeve van eigen geluk. Is dit egoïstisch en gevaarlijk? Schaamte en schuld bekruipen me terwijl ik langs het groente en fruit loop. Ik pak wat extra dingen om de schijn op te houden.

Met vier bananen, één winterpeen en een stronk gember, schuifel ik langs het zuivel voor mijn melk. Een dame in blauwe werkkleding poetst ijverig de glazen deurtjes voor de vitrines. Klanten lopen zoveel mogelijk met een boog om elkaar heen, al is dat met die grote karren in smalle paden niet altijd even makkelijk. Er heerst hier en daar wat krampachtigheid. ‘Ga jij maar eerst’, hoor ik de een tegen de ander zeggen. Vlug, zonder oogcontact duwt men zijn karretje vervolgens voort. Soms is er miscommunicatie en gaan twee karren per abuis tegelijk vooruit. Botsing. Gemompel. En dóór.

Ik werp een blik op het broodbeleg en zie dat er weer stroop is. Drie dagen eerder greep ik mis. Mijn mond valt open van verrukking en ik haast me naar het schap om een van die oranje bekertjes met beide handen vast te grijpen.

En dan staat er ineens een oude bekende in hetzelfde gangpad.

We hebben elkaar al in de ogen aangekeken, dus hier moeten we iets mee. Dit is ongemakkelijk. Ik weet niet of het komt door de nieuwe omgangsregels of onze persoonlijke omgangsgeschiedenis. Laat ik volstaan door te zeggen dat de combinatie van beiden elkaar versterkt.

Vorige week kon je in dergelijke omstandigheden nog lachen en uit ironie een tikkie met de ellebogen geven. Of even de voeten tegen elkaar aan. Lachen man. Maar de sfeer is veranderd. Het is niet zo grappig meer, het is ernstig. Of denk ik dat maar? Dat gedacht hebbende, word ik me nóg bewuster van deze ontmoeting met de oud bekende man. We zeggen gedag en hebben het uiteraard meteen over de coronacrisis. ‘Weet jij eigenlijk waarom we allemaal een winkelwagen moeten pakken?’, vraag ik hem. Hij fronst zijn wenkbrauwen. ‘Volgens mij om afstand van elkaar te blijven houden.’

FUCK!! waar is mijn kar?!

In mijn enthousiasme van daarnet rende ik naar de stroop en heb ik mijn winkelwagen zomaar verlaten. Dat mag natuurlijk helemaal niet! ‘Sorry ik moet gaan!’, roep ik in blinde paniek.

’s Avonds vertelt een vriendin me tijdens het videobellen, dat de winkelwagentjes verplicht zijn zodat de medewerkers kunnen bijhouden hoeveel klanten er zijn. Want voor de veiligheid mogen er maar een maximaal aantal mensen tegelijk in de winkel zijn. Was hetgeen wat de oud bekende man mij in de supermarkt vertelde onbedoeld een staaltje nepnieuws? Ik slikte het hoe dan ook voor zoete koek. De voorraad van mijn gezond verstand raakt af en toe op. Ik zal niet de enige zijn. De fles rode wijn gaat open, we tikken het glas tegen ons beeldscherm en Zoomen de avond vol met een goed gesprek, een lach en een traan. Toch nog een ‘avondje uit’.

Onder het mom ‘Van nood een deugd maken’, ga ik de aankomende tijd verhalen uit mijn Quarantaine delen. QuaranTime. Want er gebeurt niets en tegelijkertijd gebeurt er van alles. Een mooie paradox.