#1 Bagage

MEI 2018
Ik had zo’n vijftig kilo aan kleren en andere persoonlijke artikelen bij me. Het was kennelijk toegestaan om twee stuks bagage mee te nemen. En dat betekende dat mijn hutkoffer, die zelf al behoorlijk aan de ruime kant was, gezelschap kreeg van mijn backpack. Dat was allemaal nog te overzien in de ruime Eurostartrein, maar toen ik eenmaal in het centrum van Londen was aangekomen, begon de ellende.

Kort samengevat, is het niet zo’n goed idee om op vrijdagmiddag rond het spitsuur voor het eerst kennis te maken met elf verschillende metrolijnen en 275 stations. Vooral niet als je zoveel bagage bij je hebt.

De eerste vijftien minuten stond ik dan ook ontredderd in de grote stationshal van King’s Cross Station.

Terwijl ik alle reizigers gadesloeg, liep er steeds iemand te dicht langs mijn backpack, waardoor ik heen en weer, van links naar rechts bewoog. Op zulke momenten voel ik me altijd een beetje lullig. Het deed me denken aan toen ik nog een brugklasser was met een veel te grote Kipling rugtas met zo’n bungelend aapje aan een sleutelhanger. De tas torende boven mezelf uit, wat synoniem was aan brugpiepers. Oudere scholieren botsten, uit wraak voor wat hen vroeger was aangedaan, hard tegen de zijkant van je rugzak waardoor je in de rondte tolde en bijna op je plaat ging. Middenin de bomvolle aula.

Ik deed mijn backpack af en voelde de striemen in mijn schouders. Oké, hoe komen we van hier naar Richmond? Ik appte mijn flatmate Adam dat ik was aangekomen in Londen en vroeg of hij me kon uitleggen hoe ik verder bij hem kwam.

‘Heb je dat dan nog niet uitgezocht?!’, antwoordde hij.
‘Ehh. Nee.’
‘Je had dat van te voren uit moeten zoeken, dear! Dat is niet handig.’
‘Ik weet het.’


Adam is altijd eerlijk en zal het niet nalaten om te zeggen wat hij ergens van vindt. Ik had er nu natuurlijk niks aan om te horen dat ik me beter had moeten voorbereiden. Dat wist ik zelf ook wel. En toch.

Okay, dit wordt geen easy one, want het is spits. Je hebt niet te veel spullen bij je, hoop ik?’

ik kreeg het warm.

Nee hoor, valt wel mee’, loog ik.
‘Okay, heb je je Oyster Card bij de hand?’
‘Oh shit, die ligt denk ik nog thuis.’
‘For fuck’s sake, Charlotte, je gaat me niet vertellen dat je die vergeten bent?!!!’
‘Ik vrees van wel.’
‘Oh, dear.’

Ik kreeg het nog warmer.

‘Het komt goed. Ga nou eerst maar die pas halen, laadt hem op voor minimaal 20 pond. Ik ga je zo alle reisdetails sturen.’

Ik keek om me heen. Hoe kwam ik aan een Oyster Card? De eerste drie willekeurige mensen aan wie ik de vraag had gesteld, verstonden geen Engels. Of ze hadden er geen zin in. Bij de vierde persoon was het raak. Een man van middelbare leeftijd nam alle tijd om me uit te leggen wat de Oyster Card was en waar ik hem kon kopen.

‘Wacht, ik loop wel even met je mee, de machines staan een eindje verderop’, zei hij. Nog voor ik kon zeggen dat het niet nodig was, had hij mijn rugzak al opgetild.

‘Wat zit hier allemaal in, love, ga je emigreren?’, vroeg hij.

Ik lachte uit schaamte.

Zijn hoofd liep rood aan, maar hij wilde zich niet laten kennen en spoedde zich tussen de reizigers door naar een van de automaten. Ik kon hem amper bijhouden met mijn hutkoffer. Steeds liep er iemand diagonaal in de weg, of stond er ineens weer iemand stil. Ik was ook veel te warm gekleed met mijn bontjasje. Een typisch kledingstuk die teveel ruimte neemt in je koffer en je daarom noodgedwongen maar aantrekt tijdens de reis zelf. In de wetenschap dat het veel te warm is voor de maand mei. Ik zag een pop-up op mijn telefoon binnenkomen.

‘Heb je die Oyster Card nou al?’, stuurde Adam. Geduld was niet zijn schoonste zaak, wist ik. Maar ik ging nu even niet antwoorden en stopte de telefoon terug in mijn kontzak.

Waar is die kerel nou gebleven?

Oh nee. Het zal toch zeker niet gebeuren dat ik op de eerste dag van mijn sabbatical beroofd word van mijn backpack door een oude vent?

Benieuwd hoe dit afliep? Lees het vervolg.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Volg me dan op Facebook, Twitter of Instagram.