#4 Ontregeld

Dit is een vervolg op mijn derde blog ‘Hindernissen’. Heb je die nog niet gelezen? Doe dat dan eerst 🙂

Ik deed een verwoede poging om mijn hutkoffer op te tillen, maar kreeg dat ding met geen mogelijkheid van de grond. Het schoot meteen in mijn nek. Ik keek om me heen. Hier geen man van middelbare leeftijd, of eentje met dreadlocks om mij uit de brand te helpen. ‘Neem de lift, overal!’, hoorde ik Adam ineens weer roepen. Maar die lift was er niet. Althans, niet hier.

Mijn oog viel een bordje dat verwees naar de lift. Terug die ellenlange tunnel in. Dat betekende dat ik moest kiezen tussen twee kwaden: óf een kilometer teruglopen óf de trappen bestijgen met 50 kilo. Ik zette het op lopen en gaf een ruk aan het handvat van mijn loodzware hutkoffer.

Het eelt stond op mijn handen.

De hengsels van mijn rugzak trokken nog diepere striemen in mijn schouders.
Terug bij het perron, baande ik me weer een weg tussen de wachtende passagiers, en keek reikhalzend uit naar die lift die een einde zou maken aan alle ellende.

Ik sloeg af, een gangetje in, waar een chagrijnige, vloekende vrouw achter een kinderwagen me naderde. Voordat ik een mening kon vormen over deze tierende moeder, kwam ik tot de zeer onaangename realisatie waarom zij zojuist liep te schelden. Er hing iets voor de lift, en hoe dichterbij ik kwam, hoe beter ik kon zien waar we mee te maken hadden: een rood-wit lint met een bordje Elevator temporary closed. Sorry for any inconvenience caused.

Voor enige tijd bleef ik staan. In de ontkenningsfase.

Ik drukte ongeduldig op een aantal knopjes. Misschien werkte het gewoon. Soms loont het om eigenwijs te zijn. Dat doe ik ook weleens in Rotterdam, als er voor de zoveelste keer een fietspad is afgesloten. Aan het begin van het pad staat dan zo’n eenvoudig te verplaatsen wegversperring in de vorm van een hekje met rood-witte strepen. Een geel bord ernaast met de boodschap dat je wordt verzocht om over te steken. Ik kijk dan altijd eerst even hoe het fietspad erbij ligt. Als het daadwerkelijk opengebroken is, volg ik netjes de richtlijnen, maar niet zelden is er weinig aan de hand en kun je gewoon doorfietsen.

Ik drukte nog een paar keer tevergeefs op alle knopjes.

Er brandde weliswaar een rood lichtje rond een van de knopjes, maar veel meer dan dat gebeurde er niet. Dit was het moment waarop ik kon huilen. Huilen of wéér terug de looptunnel in om vervolgens alsnog vier verdiepingen per trap te bestijgen met – had ik dat al gezegd? – 50 kilo aan bagage.
En toen kwam er een meneer met een oranje vestje en helm aangelopen. Dit was mijn kans. Ik trok mijn meest verloren en hulpeloze blik en richtte me tot de monteur. Hij wist – gezien mijn bagage, mimiek en plaats van handelen – natuurlijk direct wat ik van hem wilde en lachte.

Op zulke momenten is het een zegen om een vrouw te zijn.

‘Moet je naar boven?’, vroeg hij. Hij keek naar mijn bagage. ‘Wacht je op iemand?’
Ik lachte. Heel hard.
‘Nee, het is heel erg, maar dit is allemaal van mij. Ik heb echt een lift nodig heb. Ik weet niet hoe ik dit anders moet doen.
Ik hield een strategische pauze en zag hem nadenken.
Jij kan zeker niet hééééél even die lift aanzetten?’ , vroeg ik voorzichtig, doch slagvaardig.

Hij begreep dat het geen vraag was, maar een vriendelijk verzoek.  
Hij keek me aan, zette een leesbril op zijn neus, pakte een mobiel apparaatje, keek me weer even aan over zijn leesbril en grijnsde. Hij sprak een aantal dingen in het apparaatje die ik niet verstond. Er kwam een antwoord terug uit het apparaat. Ik wachtte in spanning.

En toen hoorde ik gerommel uit de liftschacht.

De lift kwam naar beneden. Ik gilde, dribbelde en klapte uitbundig in mijn handen terwijl ik de monteur de hemel in prees.

You’re welcome love, my pleasure’.

De monteur hielp niet alleen om mijn hutkoffer de lift in te krijgen, maar hij drukte ook nog op het knopje naar de juiste verdieping. Toen de liftdeuren boven weer opengingen stonden er twee dezelfde soort mannen in oranje vestjes op me te wachten om mijn koffer er weer uit te halen.

Ik kon iedereen wel knuffelen.

De rest van de rit verliep vrij vlekkeloos. Dat wil zeggen, er waren zeer zeker nog een aantal gevalletjes van schaamte, ongemak en overbelasting, maar mijn liftervaring maakte alles goed.

Toen ik eindelijk bij Adam aankwam, was er nog één laatste uitdaging. Adam woont namelijk op de derde verdieping en er is geen lift.

‘Oh no, Charlie!’, zei hij, toen hij de deur voor me opende en mijn hutkoffer zag.
‘You silly sausage!’, was iets wat hij nog heel vaak tegen me zou zeggen.

Voor de laatste keer ging het gevaarte de trap op, en daar zou hij voorlopig blijven. Dit was onze bestemming voor de aankomende acht maanden. Adam ontpopte de prosecco om het avontuur in te luiden. Welcome home, my dear!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Volg me dan op Facebook, Twitter of Instagram.

De foto is gemaakt door Daniel Nettesheim via Pixabay