#7 Plein Public

Ik zat op een brede, lichtgrijze, stenen trap voor de ingang van The National Gallery, een royaal museum met een indrukwekkend rijke verzameling aan schilderijen. Na mijn museumbezoek had ik nog tien minuutjes voordat Graham zou komen. Hij had me meteen na onze wandeling geappt en liet er geen gras over groeien: deze donderdagmiddag wilde hij graag een stadswandeling met mij maken.

Ik was wat eerder gekomen omdat ik uitstapjes naar het centrum graag combineerde met een bezoek aan een van de vele Londense trekpleisters. Terwijl ik vanaf de brede trappen uitkeek over Trafalgar Square, realiseerde ik me dat dit plein zelf ook een aardige bezienswaardigheid was. En dan had ik het niet alleen over de twee riante fonteinen of de vijftig meter hoge zuil ter ere van een Britse zeeheld. Nee, waar ik mij aan verlustigde, was het publiek dat op het plein voorbijtrok.

Een kind zocht zijn grenzen op aan de rand van de fontein.

Hij kliederde met het water en kieperde er bijna in. Naast hem op de rand zaten toeristen te lezen in een reisgids. Anderen belden, aten sandwiches uit een plastic verpakking of keken onzeker zoekend voor zich uit, terwijl ze een paar keer hun telefoon of horloge checkten.
Een stel, waarvan de dame een reusachtige, roze zonneklep op haar hoofd droeg, deed meerdere pogingen om een selfie te maken. Van onder, van boven, van links, van rechts, met selfiestick, zonder selfiestick. De man had de regie over de stick, de vrouw over het resultaat. Ze was niet snel tevreden. Ik vroeg me af waar ze het meeste commentaar op had. Over haar gezicht kon het niet gaan, die zonneklep bood 100% dekking.
Een zakenman met een kleine, zwarte trolley stak diagonaal over op het plein met een snelle pas. Hij werd voor de voeten gelopen door een klein meisje met rood krulletjeshaar dat achter een duif aan het rennen was.

Rondom het plein liep een drukke straat waar rode dubbeldekker bussen, witte bestelbusjes en zwarte taxi’s het overige verkeer domineerden. Waar je ook kwam in Londen; overal waren die kenmerkende, knalrode bussen en telefooncellen. Ze maakten een mooi contrast met de witgrijze stenen van een reeks koloniale panden wier schoonheid het hier en daar moest ontgelden door de bezetting van moderne ketens als Pizza Express en Pret A Manger. Ik probeerde het geheel vast te leggen met mijn camera, maar begreep meteen waarom mensen hier met groothoeklenzen liepen.

Graham was meer dan een kwartier te laat.

Sorry dat ik zo laat ben!’, zei hij met een bezweet voorhoofd.

Het is oké, ik heb me wel vermaakt hier’, zei ik.

Hij vertelde dat hij ruzie had gehad met twee ouders van een van zijn leerlingen. De jongen waar het om ging, had slecht gepresteerd en de ouders kwamen verhaal bij Graham halen. Ze vroegen zich onder andere af of hij wel genoeg aandacht aan hun zoon had gegeven. Want hij had een buitengewoon zwemtalent, maar ook ADHD en als hij niet genoeg aandacht en structuur kreeg, ging het mis. Graham had voorgesteld dat ze een keer een training moesten bijwonen zodat ze konden zien hoe het eraan toeging. Ze hadden bedankt voor het aanbod. Daar hadden ze geen tijd voor. Hij moest gewoon beter zijn best doen voor hun jongen. En weg waren ze.
Toen Graham zijn spullen wilde pakken, werd hij ook nog door zijn baas opgehouden en op het matje geroepen. Hij had commentaar op hoe Graham hun stagiaire begeleidde. Hij moest wat strenger zijn, want de stagiaire had in één maand tijd al vier keer afgebeld vanwege hoofdpijn.

En toen kreeg jij zeker ook spontaan hoofdpijn van dit gedoe?’, zei ik lachend.

Graham tilde een van zijn mondhoeken op.

‘Anyway’, zei hij, ‘ik ben nu eindelijk hier en ik heb iets voor je meegenomen.

Hij opende zijn rugzak en haalde er een klein rechthoekig voorwerp uit.

Het was verpakt in een wikkel van kleurrijk en fleurig papier. Ik bracht het snoezige pakketje naar mijn neus en snoof een frisse bloemengeur op, die mij deed denken aan mijn oma. Mijn oma had ook altijd van dit soort lavendelzeepjes en ze roken een stuk intenser en zachter dan die goedkope showergels die er bij mij in de douche stonden. Los van dit alles, viel mijn oog ineens op een ander, zo niet nog veel interessanter detail. Op de verpakking stonden namelijk ook een paar woorden:

I  Adore You

Ik moest ervan van blozen.
Het was dan wel een standaardtekst van de zeepfabrikant, maar de boodschap voelde wel degelijk speciaal aan mij gericht. Graham zag mijn blos.

Vind je het leuk?’, vroeg hij met een genoegzame blik.

Ja, héél leuk!’, zei ik. Ik rook er nog eens aan en nodigde hem uit om hetzelfde te doen. Hij boog naar voren om het zeepje te kunnen ruiken waardoor hij heel dichtbij kwam.

Het ruikt lekker hè?’, zei ik. ‘De tekst vind ik trouwens ook heel leuk’, zei ik erachter aan.

We keken in elkaars ogen.

Ik rook nog steeds bloemetjes, ook al had ik het zeepje al in mijn handtas gedaan.

Benieuwd hoe het verder gaat? Stay tuned for more, next week! 🙂
Al mijn verhalen zijn genummerd op volgorde. Haak je net aan? Lees dan vooral ook mijn eerdere avonturen! Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Volg me dan op Facebook, Twitter of Instagram.

De afbeelding is gemaakt door David Mark via Pixabay