#10 Keep on walking

Vanavond ging ik op date met mezelf. Jon Allen, een van mijn favoriete singer-songwriters trad op in poppodium The Bordeline. En zo zat ik op deze vrijdagavond aan een klein, rond en wiebelend aluminium klaptafeltje in Frith Street, midden in de wijk Soho, met een broodje hamburger tussen mijn handen geklemd en een halve pint voor mijn neus.

Ik moest er nog steeds aan wennen dat bier hier altijd in liters of halve liters kwam. Ik kreeg het eigenlijk niet weg, maar zoals voor wel meer dingen gold: oefening baart kunst. Ik had nog twee uur tijd te doden, want hoewel er op het Facebookevent stond dat het om 19.00 uur zou beginnen, begon het in werkelijkheid pas tegen 21.00 uur.

Dit zou mij nog vaker gaan gebeuren.

Aanvangstijden betekenden hier namelijk iets anders dan in Nederland. Wij kunnen altijd een uitvoerige omschrijving verwachten over het programma met exacte tijden voor hoe laat de deuren open gaan, wanneer het voorprogramma begint en het werkelijke programma start. We weten graag waar we aan toe zijn. Dat was hier niet. Er stond één tijd bij en iedereen wist schijnbaar dat je er ongeveer twee uur bij op moest tellen.

Het was niet moeilijk om me in Soho te vermaken. In de korte wandeling van nog geen 500 meter van het poppodium naar deze hamburgertent, had ik zo’n beetje alle soorten en maten mensen voorbij zien komen. Een travestiet in een gigantische tijgerprint bontjas met hoge roze paalhakken, een groepje lallende vriendinnen waarvan één dame een kroon op haar hoofd had met een grote witte sluier eraan, twee mannen hand-in-hand in een identieke leren outfit, gezinnen met kinderen, trendy jongeren, rokende en drinkende zakenlui voor de ingang van een uitpuilende pub met de naam The Three Greyhound en een stel in crèmekleurige afritsbroek, sandalen en een kort praktisch kapsel. Het liep allemaal vrolijk door elkaar en gedoogde elkaar. Hier en daar werd er druk gefotografeerd.

Ik vermoedde dat de travestiet op vele kiekjes terug zou komen.

Aan de overkant van de straat stond een rij mensen voor de ingang van een tent die Ronnie Scott’s heette. Google vertelde me dat dit een beroemde en befaamde Jazz Club was. Ik voegde het toe aan mijn to-do-list.

Met een volle, opgeblazen buik maakte ik nog een wandeling langs een aantal extravagante straten. Theaterfans konden hun hart hier ophalen, elke straat had wel een musical in de aanbieding. Publiekstrekkers uit het Londen West End als Alladin, Harry Potter en Les Misérables, probeerden met hun groteske, flikkerende billboards de aandacht van hun voorbijgangers te trekken en hen naar binnen te lokken.
Van de bruisende bubbel, kwam ik langzaam in een rustiger ambiance terecht: Covent Garden. Ik haalde een cappuccino to go en streek neer op een houten bankje om de zojuist opgedane prikkels en indrukken te verwerken.

En toen kwam het uitstekende idee om mijn oude vlam Carl op te bellen.

Hoe leuk zou het niet zijn om dit met hem te delen? Te laten zien wat ik hier in Londen allemaal meemaakte? De vraag stellen was hem beantwoorden en voor ik het wist, stond zijn mooie hoofd weer op mijn FaceTime beeldscherm. Althans, zijn knappe onderkin. Hij was aan het autorijden.

‘Hi Beautiful! Wat een verrassing. Ik ben aan het rijden. Bel je later even terug okay? Je ziet er goed uit.’ Hij lachte. En weg was hij.

Ik had er spijt van, meteen.

Waarom had ik hem nou weer gebeld?! Of nee, waarom had ik niet Graham gebeld in plaats van Carl? Dat zou natuurlijk een veel gezondere en verstandige keuze zijn geweest. Maar ik liet me weer eens leiden door een perverse prikkel: ik wilde laten zien hoe goed het met mij ging, óók zonder Carl. Ik liep mezelf schaamteloos te etaleren. Kijk mij nou eens al die toffe dingen ondernemen. In de veronderstelling dat hij dan wel eens jaloers zou kunnen worden en weer naar me zou verlangen. Erg kinderachtig uiteraard en ik voelde dan ook direct een golf van schuld en schaamte opkomen. Met deze onbehouwen actie kreeg ik het bovendien voor elkaar om bijna te laat te komen. Ik moest met mijn halfvolle cappuccino een sprint trekken door de energieke straten en zijweggetjes om op tijd aan te komen bij de Bordeline.

Toen ik de gedimde kelder van het poppodium binnentrad,

besloot ik mijn telefoon uit te zetten om nog meer impulsieve acties te voorkomen en helemaal op te gaan in de heerlijke rauwe stem van Jon Allen. Tussen de nummers door dwaalden mijn gedachten steeds weer af naar mijn stommiteit. Naar waarom ik weer zo zwak kon zijn om Carl te bellen. Ik had er geen antwoord op. Just keep on walking, zong Jon. Soms zijn songteksten precies wat je nodig hebt.

‘You can’t turn the clock back
You can’t change what’s gone before
But if you just believe it
You can open any door
You gotta keep on walking
When your heart is sinking low
Keep on walking
When you feel like letting go
Keep on walking
Cause I know it won’t be long
If you keep on walkin
And hold on’

Van Jon Allen – Keep on Walking (Luister op Spotify)

Zouden Graham en ik elkaar nog een keer zien? Stay tuned for more, next week! 🙂
Al mijn verhalen zijn genummerd op volgorde. Haak je net aan? Lees dan vooral ook mijn eerdere avonturen! Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Volg me dan op Facebook, Twitter of Instagram.

Afbeelding van Rudy and Peter Skitterians via Pixabay