#11 Royal Date

‘Heb je zin om naar Windsor Castle te gaan?’, appte Graham. Na onze stadswandeling stond hij erop om het goed te maken met een date die langer zou duren dan anderhalf uur. Deze zondag had hij vrij en hij verheugde zich om mij mee te nemen naar het stadje Windsor.

Wacht even, was dat kasteel niet hét toneel van de Royal Wedding?

‘Dat is een goed teken, Charlie!’ appte Lize, een van mijn beste vriendinnen met wie ik in vroeger jaren de Rotterdamse binnenstad onveilig maakte. Lize was zo’n vriendin van wie het leven in de afgelopen tien jaar op de sociaal wenselijke, essentiële punten was veranderd: getrouwd met een leuke vent, een zoontje en dochtertje, groot koophuis in een randgemeente, goede baan en een hond. Alles netjes afgevinkt.

Hoewel onze vriendschap nog altijd onverminderd doorging, hadden deze ontwikkelingen natuurlijk wel invloed op de aard van onze gesprekken en activiteiten. En dat bracht me regelmatig terug bij de destructieve vraag of ik mislukt was als eeuwige vrijgezel in een studioappartement in de stad.

Het is een doorlopend conflict met mezelf.

Enerzijds geniet ik van de totale vrijheid en ruimte om te doen en laten wat ik wil. Altijd spontaan op avontuur te kunnen gaan en mezelf eindeloos te ontwikkelen. Ik geloof dan ook niet dat ik onder de streep significant ongelukkiger ben dan mijn gesettelde medemens. Maar het is nu eenmaal zo, dat gezinnen nog altijd worden gezien als de hoeksteen van de samenleving en singles als het cement dat maar niet wil binden. Op het moment dat de zoveelste potentiële kandidaat voor het Groot Burgerlijk Leven zich aandiende, stond iedereen dan ook weer weer vol spanning klaar langs de zijlijn om mij aan te moedigen en het sprookje waar te maken.

vooruit, daar gingen we weer.

In mijn klerenkast hing echter geen Windsor-waardige jurk, dus ik dook nog snel in een van de vele charity shops in Londen. Dat zijn winkeltjes waar ze kleren en andere tweedehands spullen verkopen voor het goede doel, zoals stichtingen voor kinderkanker. Je kunt er ook zelf kleren doneren en zij verkopen dat dan voor een prikkie. Elke avond brengen mensen weer nieuwe spullen en staan er zakken vol kleren buiten voor de etalages. Vergis je niet, het is geen oude meuk wat hier hangt, zeer zeker niet in mijn wijk Richmond. Hier hingen gerust smetteloze jurkjes van Hugo Boss voor nog geen 15 pond. En zo vond ik mijn perfecte royal dress: een wit getailleerd jurkje met een print van mooie grote blauwe en groene bloemen. Schade: vijf pond.

Graham kwam me ophalen in zijn bolide

en complimenteerde me meteen met mijn outfit. Yes! In de auto praatten we over wat we de afgelopen dagen hadden beleefd. Naast de nodige uren die hij wederom had versleten in het zwembad, was Graham naar zijn vader gegaan, want die was jarig. Zijn ouders waren al jaren gescheiden en zijn vader woonde alleen in een krot aan de rand van de stad. Graham vertelde dat zijn vader een werkeloze alcoholist was. Als hij bij hem langsging, hingen de donkere gordijnen dicht en zat zijn vader altijd in zijn fauteuil midden in de huiskamer. Die stoel was het enige bezit dat zijn vader had meegenomen uit hun ouderlijk huis. Naast de ene kant van de stoel stonden altijd een paar volle blikken bier en aan de andere kant een paar lege, in elkaar geknepen exemplaren.

Hij stond alleen op om naar de wc te gaan of nieuwe blikken te halen.

Vond je het erg toen je ouders gingen scheiden?’, vroeg ik hem.

‘Nee. De tijd vóór de scheiding was erger. Mijn ouders hadden alleen maar ruzie. Ik lag vaak wakker in bed en hoorde ze dan schelden tegen elkaar. Mijn moeder had altijd kritiek op mijn vader omdat ze hem lui en passief vond. En mijn vader vond mijn moeder dan weer een arrogante carrierètrut. Dat ging over en weer. Op een dag riepen ze mijn broer en ik bij elkaar om te vertellen dat ze gingen scheiden en ik dacht alleen maar: ‘Eindelijk’.

‘En je broer?’

‘Die moest heel hard huilen. Dat begreep ik niet. Maar hij kon overal doorheen slapen, dus hij had het waarschijnlijk niet door dat mijn ouders altijd aan het bekvechten waren.’

‘Praat je er wel eens met hem over?’

‘Nee, nooit.’


‘Maar, het gaat dus niet zo goed met je vader?’


‘Nee. Hij heeft veel vriendinnen gehad na mijn moeder, maar ze liepen allemaal bij hem weg. Hij ging steeds meer drinken en nu wordt het niks meer met hem. Hij ziet er slecht uit. Mijn broer neemt al niet eens meer de moeite om bij hem langs te gaan.’


‘Dat was vast geen groot verjaardagsfeest bij je vader dan, denk ik?’


‘Ik was de enige. Hij wilde helemaal niet dat ik kwam, maar ik ben toch gegaan en had wat speciaalbiertjes voor hem meegenomen.’

Ik moest lachen.

‘Sorry, maar ik vond het wel ironisch dat je bier voor hem meeneemt terwijl hij een alcoholprobleem heeft.’

Die paar biertjes maken het probleem echt niet groter dan het al is en ik wil hem vooral blij maken, hij heeft al genoeg gezeik aan zijn kop.’

Fair enough.’

‘Ja, het is wat het is.’

Windsor Castle was in zicht, de vele toeristen ook. Het viel niet mee om een parkeerplek te vinden en de vriendelijke lach van Graham had plaatsgemaakt voor een chagrijnige frons. Ik wist niet of het kwam doordat we onverrichter zake uit de tweede volle parkeergarage reden of door het niet-zo-heel-gezellige gesprek over zijn vader. De spanning nam toe en ik haalde weer allerlei dingen in mijn hoofd zoals gepieker over welke dingen ik verkeerd had gezegd. Of was ik soms weer te nieuwsgierig geweest met al mijn vragen?

Benieuwd hoe het afloopt? Lees #12 Snoephuisje 🙂
Al mijn verhalen zijn genummerd op volgorde. Haak je net aan? Lees dan vooral ook mijn eerdere avonturen! Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Volg me dan op Facebook, Twitter of Instagram.