#12 Snoephuisje

‘Je ziet er echt mooi uit’, zei hij weer, toen we onze laatste munten bij elkaar sprokkelden voor de parkeerautomaat. We liepen langs een lange stadsmuur die ons naar het historische centrum en het kasteel van Windsor leidde. Door de tv-uitzending van de Royal Wedding, herkende ik de kasteeltorens aan de ene kant van de straat en de vrolijk gekleurde huisjes van het pittoreske dorpje aan de andere kant.  

Dit is een vervolg op #11 Royal Date. Heb je die nog niet gelezen? Doe dat dan eerst :).

Bij een markt, naast het kasteel stond een schattig klein huisje, helemaal schots en scheef. Ik had mijn camera in de aanslag om het aandoenlijke huisje te fotograferen.

‘Zal ik een foto van je maken?’, vroeg Graham. ‘Je moet dan zelf ook even scheef gaan staan, dat doet iedereen hier.’

Het deed me denken aan de Toren van Pisa, waar toeristen altijd voorover leunen en hun wijsvinger uitsteken, zodat het moet lijken alsof ze de scheve toren weer terugduwen. In het begin zijn ze nog bevlogen en energiek aan het poseren, maar de eerste foto’s mislukken altijd omdat er dan nét teveel ruimte tussen de vinger en de toren zit. Na een paar pogingen geven ze het op en is de lach verdwenen. Wat overblijft is een saaie, chagrijnige portretfoto voor een scheve toren.

Dit is het oudste theehuis in Engeland,’ zei Graham. ‘Wist je dat?

Nee, maar ik vind het geweldig!’

Ik holde naar de voorkant van het huisje en tuurde door het grote witte raam dat was onderverdeeld in verschillende kleine ruitjes. Langs de zalmkleurige gordijnen die met embrasses sierlijk werden opengehouden, zag ik mensen genieten van een theeservies.

‘Ik wil naar binnen!’, riep ik.

Dit was dé plek waar scones gegeten moesten worden en het water liep me al in de mond bij de gedachte aan deze heerlijke ronde broodjes met klodders jam en clotted cream. Het was whisful thinking om hier nog een tafeltje te kunnen bemachtigen, maar ik hield mijn poot stijf. Graham lachte om mijn volhardendheid en speelde het spel mee. Het zat tot de nok vol, maar helemaal in de hoek onder een trap zat een stelletje aan een tafel die eigenlijk voor vier personen was bedoeld. We keken elkaar tegelijk aan en glunderden.

Zullen we het vragen?’, stelde ik voor, en ik liep meteen op ze af.

Sure! Not a problem’, zeiden de man en vrouw, die ons verzekerden dat ze eigenlijk toch al bijna op het punt stonden om weg te gaan. Voor hen stond een vertederend truttig theeservies met bloemen en een drielaagse etagère. Op de vrijwel lege bordjes waren alleen nog wat broodkruimels, rozijnen en een veeg jam achtergebleven.

Dat wil ik!’, zei ik tegen Graham.

Er zijn niet veel momenten waarop ik een onverzettelijke drang heb om iets voor elkaar te krijgen, maar als het om scones ging, was ik niet te houden. Of Graham het wilde of niet, hij moest eraan geloven.

Het is niet moeilijk om jou blij te maken volgens mij hè?’, zei hij, toen ik een van mijn scones gretig belegde met een dikke laag room en jam.

Ik vind dat wel mooi om te zien. Toen we naar Buckingham Palace gingen zat je ook de hele tijd te lachen.’

Haha, echt waar? Ik moet nu nóg meer lachen, dat begrijp je zeker wel?’

Ik wist wel dat ik een lachebek was.

Mensen hadden me al vaker gevraagd of ik ook boos kon zijn. Je moest inderdaad veel doen om mij op de kast te jagen. En àls het dan gebeurde, was ik meestal zelf de boosdoener. Als ik voor de zoveelste keer mijn sleutels kwijt was door de chaos in mijn hoofd bijvoorbeeld. Of als ik bij het ontbijt alweer had zitten morsen met chocoladepasta op mijn smetteloze witte shirtje, als ik mezelf weer eens had verloren in een onbereikbare vent, ja, dan werd ik boos. Op mezelf. Maar de ander, die kon weinig fout doen in mijn ogen.

Ik heb dat van thuis meegekregen, denk ik. Om te genieten van de kleine dingen. Ik kan soms op de fiets zitten in mijn stad en zomaar blij worden van de glinstering in het water, een lachend kind of muziek. Ja, van muziek word ik ook enorm blij.’

Ik legde hem uit dat ik in tien jaar tijd langzaam doof was geworden en dankzij mijn gehoorimplantaat weer muziek kon horen.

Seriously? Maar hoe klinkt muziek voor jou dan? Is dat anders?’

Niet alle muziek klinkt even goed, maar ik weet niet altijd of dat komt door mijn implantaat, of omdat ik die muziek sowieso niet leuk had gevonden. Garagerock klinkt bijvoorbeeld van geen meter, maar dat is meer te wijten aan mijn muzieksmaak, denk ik.’

Wat is je favoriete genre?’

Jazz, techno, soul, funk en George Michael!’

George Michael?! Als je dat opzet, loop ik weg hoor.’

Waarom? Dat is zo’n beetje de grootste belediging die je bij mij kunt maken op muzikaal gebied.’

Ik weet niet, het is nogal sleepy.

Haha, nu je het zegt, ik kan er vaak wel lekker op slapen inderdaad.’

Here you go!’

We lachten tegelijk en ik voelde weer een vlammetje in mijn onderbuik toen ik naar hem keek. Hij gaf me een betekenisvolle blik terug, maar keek snel weer weg het theehuisje in en trommelde op tafel.

Ik ga afrekenen’, zei hij. Tot zover het eerste kleine romantische momentje …

Benieuwd hoe het afloopt? Stay tuned for more, next week! 🙂
Al mijn verhalen zijn genummerd op volgorde. Haak je net aan? Lees dan vooral ook mijn eerdere avonturen! Wil je op de hoogte blijven van nieuwe verhalen? Volg me dan op Facebook, Twitter of Instagram.