36 and still sexy #2

‘Oh God’, zei Lucia, die zojuist was gearriveerd met haar slaapogen. Ze had de hele dag gewerkt en was op de bank in slaap gevallen. Ze veegde een traan van haar gezicht, vermoedelijk van de kou. Het was een stuk kouder geworden de afgelopen dagen.

Dit is een vervolg op het het eerste deel van 36 AND STILL SEXY. Heb je die nog niet gelezen? Doe dat dan eerst.

Polly aarzelde geen moment en wilde het borrelglaasje meteen achterover gooien. Batuhan hield haar vriendelijk tegen en zei dat we het gezamenlijk en volgens ritueel moesten drinken. Lik op de hand. Vleugje zout. Glaasje achterover. Tanden in een schijfje citroen. Het was even geleden dat ik dit had gedaan, maar ik was het nog niet verleerd.
Lucia was nog niet helemaal wakker en had de helft van het glaasje naast haar mond gekieperd. ‘Look at me!’, riep ze lachend. Ze was nog nauwelijks geïnstalleerd of voorgesteld en had nu al tequila op haar jas. Ze deed hem snel uit en gooide er wat water overheen.

‘Dit is Lucia!’, zei ik tegen Selin en Batuhan. Ze klommen over tafel, schudden elkaar vrolijk de hand en gaven elkaar een korte knuffel. Polly hield haar hand voor haar gezicht en moest nog bijkomen van Lucia’s tequila worsteling.
‘Dit moeten we even goed overdoen hoor Lucia!’, zei ze. En Polly liep naar de bar voor nog een ronde.

Een aantal shots, pints en een berg Nacho’s met kaas later,

liepen we richting The Jazz Club. Lucia liep arm in arm met Selin, en Batuhan had zijn ene arm om mij en zijn andere arm om Polly gestoken. We zongen liedjes, waarvan ik de naam en tekst vergeten was. Ik neuriede uit volle borst mee.
‘We kunnen wel lopen hoor!’, had ik in de brouwerij geroepen. Ik dacht dat ik de weg nog wist. Maar dat was overdag, toen ik nog geen tequila had gedronken en er nog geen vleermuizen op mijn hoofd dansten. ‘Hier naar links en daarna alleen maar rechtdoor!’

Alleen maar rechtdoor, klopte voor een groot deel. Alleen moesten we daarvoor eerst nog wat vaker naar links en naar rechts. Mijn batterij was bijna op, dus Google Maps weigerde dienst. Ik wilde mijn telefoon weer terug stoppen in mijn handtasje, maar die zat vol met verjaardagskaarten, bierviltjes en perpermuntjes uit de brouwerij.

Met een hoop verzet kreeg ik de rits eindelijk dicht, en toen zag ik ineens in de verte het kenmerkende spoorwegviaduct Camden Lock. ‘Ja we zijn er bijna, dit is Camden Market!’, riep ik, in de overtuiging dat ik iedereen weer op het rechte pad had gezet. Het omgekeerde was waarschijnlijk eerder het geval.

We waren terug bij mijn oriëntatiepunt: Camden High ST. Een straat die zijn weerga niet kende in kleur en bevolking. Souvenierwinkeltjes, pubs, all-you-can-eats, en tattooshops verpakt in een bonte verzameling van graffiti en levensgrote kunstwerken. Uit elke muur bulkte weer een ander gigantisch voorwerp. Van Chinese draken, Indiase olifanten en zeemeerminnen tot loeigrote All Star-gympen, laarzen en dobbelstenen.

Ik wist niet waar ik moest kijken of lopen.

Niet in de laatste plaats omdat de straat vanavond ook nog eens bevolkt werd door skeletten, heksen en andere geschminkte gedrochten met loshangende ledematen. De geconsumeerde eenheden alcohol onder het straatgezelschap zorgden bovendien voor een hoop auditieve prikkels. Luide gesprekken, en baldadige kreten overstemde vals zingende straatmuzikanten. En de vele street food kraampjes produceerden met hun hamburgers en gebraden worsten een overdaad aan geur.

Rond 01.00 uur kwamen we compleet overprikkeld aan bij The Jazz Café.

Wat er daarna met ons vijven gebeurde was een aaneenschakeling van flessen Prosecco: ‘Cause it’s your birthday, Charlie YOLO!!’, nog meer tequila, techno, lachen, dansen en groepsknuffels. Op een zeker moment stonden we te midden van een groepje jonge Frankensteins in Lacoste polo’s …

Benieuwd hoe het afliep met deze Frankensteins? Stay tuned for more next week!

Afbeelding van VIVIANE MONCONDUIT via Pixabay