Geanticipeerde beslissingsspijt

(MAAR VERDER IS DIT BEST EEN LEUK STUK OM TE LEZEN)

“Niet alle mannen over één kam scheren hè?” zei een honduitlatende man in het Rotterdamse Vroesenpark. In het voorbijgaan had hij een van ons horen zeggen: “Ja, voor mannen is het allemaal anders”.

De man met de hond gniffelde.

Normaalgesproken zou ik na een dergelijke opmerking van een onbekende man weer doorlopen. Je wisselt misschien nog een sociaalwenselijke glimlach uit, roept voor de aardigheid nog iets na en verder ga je.

Dit keer bleven we staan.

De man met de hond had een ontwapenende en ondeugende lach. Hij was niet bijzonder knap, maar er was iets in zijn energie dat ons had getriggerd. Luchtig. Vrolijk. We hadden het nodig. Zoals je een frisse duik behoeft na een intensieve fietstocht.

De biologische klok. Daarover was ik deze middag met een oude schoolvriendin in gesprek geraakt. Ze had me zojuist verteld dat ze zich zo had herkend in mijn blog over het vrijgezel zijn. Of beter gezegd, over het (bijna) veertig zijn. Zonder kind. Zonder uitgesproken kinderwens. Naar aanleiding van mijn oproepje had ze er wel oor naar om met mij te reflecteren over dit onderwerp.

Wil ik nou wél of geen kind?

Als je alle tijd zou hebben, dan zou het niet uitmaken. Dan hóef je er niet over na te denken wanneer je wel of niet een kind wil. Dan komt het gewoon wel/niet als de tijd rijp is. Maar als vrouw richting de veertig heb je ineens zo’n alarmbelletje. Een speldenprikje dat steeds vaker ongevraagd in je bewustzijn loopt te porren. Want straks is het te laat. Zeg, zou jij niet eens …

“Gezellig gespreksonderwerp voor de zondagmiddag dames!” zei de hondenman met een sarcastisch lachje. We hadden hem inmiddels deelgenoot gemaakt van ons gesprek. “Maar mag ik vragen, waarom denken jullie daar zo over na?” Hij was oprecht verbaasd. “Denk je dat iemand het ooit wél weet?” vervolgde hij. “Ik zal jullie geruststellen, ik had ook geen flauw idee. En ik ken niemand in mijn omgeving met kinderen, die wel met 100% zekerheid wist waar-ie aan begon.”

“Ja, maar jullie hadden wél een relatie”, zei ik. “Dat is anders.”

“Oh, hebben jullie geen vriend?”

Hij keek verrast. Daar gaan we weer, dacht ik. Nu komt hij natuurlijk weer met zo’n opmerking als: Hoe kunnen jullie nou nog…

“Maar alsnog”, zei hij, “waarom is het dan zo’n issue? Ik zal jullie wat verklappen. Relaties en kinderen zijn ook niet alles hè. Ik ben mijn vrouw ook vaak zat hoor.” Mijn vriendin en ik trokken een wenkbrauw op.
“Maar zij mij ook hè!!” zei hij er zekerheidshalve direct achteraan. We lachten.

“Oké, maar als je dus niet weet of je kinderen wilt, wat weet je dan in elk geval wél?” vroeg de man. Tussendoor moest hij een aantal keer zijn hondje terugfluiten. Dan verwikkelde het beestje zich in een vriendschappelijk verzetje met andere honden, dan blafte het tegen een hardloper op blote voeten.

“We willen in elk geval niet alleenstaande moeder worden. Althans, niet alleen beginnen, toch? Je weet natuurlijk nooit waar je eindigt, maar het begin moet in elk geval wel samen zijn met iemand.”

“Dus dan moet je eerst nog iemand zien te vinden dan. Niet dat ik me daar bij jullie trouwens zorgen om maak hoor.”

“Ehhh … Yes.”

We lachten. De man keek bedenkelijk.

“Wat? Hebben jullie wél een vriendje?”

“Nou, ja min of meer”, zei ik met een vleugje ondeugende verlegenheid. “We vallen allebei een beetje op de verkeerde types, kwamen we net achter.”

“Verkeerde types?”

“Ja, onbereikbare mannen. We zien wel iemand. Maar ja, dat is niet echt relatiemateriaal zullen we maar zeggen. Knap en spannend, maar onmogelijk. Type bindingsangst. Haha.”

De man schudde glimlachend zijn hoofd en zuchte. “Ik hoor het alweer. Júllie zijn juist onmogelijk, haha. Luister, je wilt gewoon te veel verschillende dingen tegelijkertijd. Je wilt misschien een kind maar dan wél eerst de perfecte man. Maar je wilt eigenlijk ook spanning. En je wilt vrijheid, en je eigen appartementje in de stad, carrière enzo… heb ik gelijk?”

We lachten.

“Zal ik jullie nog eens wat vertellen? Ik heb jaren in New York gewoond. Eerst alleen, later met mijn vrouw. Ik hield echt van die stad, joh. Man! Maar toen we kinderen kregen, moesten we terug naar Nederland… Ja, en nu loop ik hier dus in het Vroesenpark. En het is allemaal heel prima hier hoor, begrijp me niet verkeerd. Ik ben echt gelukkig met mijn gezin. Maar ja, ik denk dus nog wel elke dag aan die stad. Ik wil elke dag terug naar New York, weet je dat? Echt. Elke dag!” Zijn armen bewogen driftig mee. Het hondenriempje was uit zijn handen gevallen.

“Tja, wat kan je zeggen?” zei hij terwijl het riempje opraapte. Het leven is kut soms dames, haha. Je moet gewoon keuzes maken en accepteren dat je dan niet alles kan hebben.”

“Ja keuzes, dat is wel een dingetje inderdaad…”

“Oké, stel als je tachtig jaar bent, waar wil je dan trots op kunnen zijn?

Wat wil je dan in elk geval bereikt hebben? Dat is een vraag die voor mij altijd goed werkt. Als dat een kind is, dan moet je er nu gewoon voor gaan, no matter what. Niet wachten op die perfecte man, maar zelf aan de slag. Dus, waar wil je op je tachtigste in elk geval trots op zijn?”

Ik dacht hard na en moest lachen.

“Waarom moet je lachen?”

“Nou, het eerste wat we in me opkomt is niet een kind. Ik dacht vooral aan het uitgeven van mijn boek.”

“Nou, ga daar dan lekker voor! Ga dat boek uitgeven. En de rest komt wel, of niet. Maar focus op wat je weet en wilt. Dan heb je daar op je tachtigste in elk geval geen spijt van.”

Hij floot weer naar zijn hondje. “Hé meiden, ik moet nu gaan. Ik moet naar een kinderverjaardag. Daar hebben jullie zeker geen last van hè? Jullie hebben lekker de hele dag voor jezelf. Nou ik zou het wel weten hoor. Hé doei! Was leuk jullie te ontmoeten. En laat je niet gekmaken hè?”

Hij stak zijn hand in de lucht, lachte en liep weer verder. Zijn hondje huppelde erachteraan.

Mijn vriendin en ik praatten na met een koffieetje in het Vroesenpaviljoen. De zon scheen op ons gezicht. We waren in een vrolijke en optimistische stemming geraakt.

Zo verkeerd was ons leventje inderdaad niet.

We konden vanmorgen opstaan hoe laat we wilden (mét een klein katertje van de leuke avond daarvoor😉) We hadden een toffe baan. Gaaf appartement in de stad. Alle tijd om te doen en laten wat we wilden. Onszelf eindeloos ontwikkelen. Veel vrienden.

Al met al hadden we het nu heel goed. Dus als ik nu zou kiezen om voor een kind te gaan, dan zou dat eerder een keuze zijn uit angst voor latere spijt. Angst dat ik op mijn tachtigste misschien zou balen dat ik geen kinderen had ‘genomen’. Dat is een soort anticiperende beslissingsspijt*.

Ik had hier laatst ook een mooi en uitgebreid gesprek over met Evelien de Jong van wilikeenkind.nl (Zij heeft een heel sappig verhaal, en ons gesprek is terug te luisteren op podcast!) Hoe dan ook vertelde zij dat meer vrouwen daar last hebben. Bang om later spijt te krijgen van verkeerde keuzes. Dat lijkt me niet de juiste motivatie om aan kinderen te beginnen.

Voor nu ga ik me dus eerst maar eens focussen op het uitgeven van mijn eigen boek. 28 oktober komt-ie ter wereld! Mooi, dan krijg ik later in elk geval geen spijt dat ik dát niet heb gedaan.

*De term anticiperende beslissingsspijt hoorde ik onlangs voorbijkomen op de podcast Nooit Meer Slapen met hoogleraar en filosoof Marli Huiijer. Dit werd in een heel andere context gebruikt, maar ik vond de term briljant en ook van toepassing hier.

to kid or not to kid


‘Mamma, mamma, kijk ik heb een hele grote eikel!’ roept m’n neefje naar mijn zus. We lopen met de familie door het bos. Mijn neefjes en nichtjes verzamelen alles wat los en vast zit. Takken, steentjes, en eikels dus. Zelfs de meest kromme tak wordt als een trofee aan hun moeder getoond. Een verwachtingsvolle blik. ‘Nou wat mooi!’ zegt mijn zus. En de kinderen hollen gauw verder om de volgende schat te veroveren.

ik mag dan bijna veertig zijn,

ook ik loop nog te leuren naar bevestiging bij mijn moeder. Het gaat bij ons alleen niet over wat er uit de grond of van de bomen komt, maar wat er van het hart moet. Na mijn laatste blog over mijn blijde verwachting, kreeg ik de nodige verrassende reacties van vrienden, collega’s en kennissen. Een vriend had zich naar eigen zeggen zelfs verslikt in zijn ontbijt bij het zien van mijn ‘zwangere’ foto. Iets met: waren wij vijf maanden geleden niet met elkaar aan het daten?!
Hoe dan ook, het onderwerp van die beruchte blog is ook deze middag onderdeel van gesprek met mijn moeder. Ik vraag haar op de man af:

‘Hoe zou je het vinden als ik geen kinderen krijg?’

We kunnen dit maar beter een keer gehad hebben. Want eerlijkheidshalve ben ik dus bang om mijn moeder teleur te stellen. Ik heb het onderwerp om die reden nog niet eerder zo recht-voor-z’n raap ter sprake gebracht. Ik ga er vanuit dat dit voor mijn moeder een doemscenario is. Ik zie haar reactie al voor me: ze zal direct stoppen met lopen, pakt mijn arm beet en zegt dan dingen als: “Oh nee toch Fran, dat zou ik echt ver-schrik-ke-lijk vinden. Dat doe je me toch niet aan?! Jouw tijd komt echt nog wel hoor, blijf hoop houden!”

Het gaat anders.

‘Hoe zou je het zélf vinden?’

kaatst mijn moeder de vraag direct terug. Die had ik niet zien aankomen. Mijn mond valt open, maar er komt geen antwoord uit. Ik ben nu zelf juist degene die stopt met lopen.

‘Ik weet het niet mamma’, zeg ik.
Mijn moeder pakt mijn hand. We lopen verder in stilte.

Soms benijd ik alleenstaande vrouwen die het wél zeker weten. Die voor zichzelf beslissen: ik wil een kind en ga daarvoor. Ik heb dat niet. Ik ben 39.

Mijn eierstokken hebben nog niet gerammeld.

Ik ging er altijd vanuit dat er een bijzonder moment zou komen (én de juiste kerel, niet geheel onbelangrijk), als een donder of bliksem, waarop alle magie samenvalt en je weet: we willen kinderen. Misschien heb ik te veel films gezien.

Ik kijk ook op tegen vrouwen die zeker weten dat ze juist géén kinderen willen. Want zover ben ik ook nog niet. Ik zit in een schemergebied. Met een tenminste-houdbaar-tot als een tikkende tijdbom.

‘Voor mij maakt het niet uit’, zegt mijn moeder (nóg zo’n verrassende reactie). ‘Ik zou het heel erg vinden als jíj het erg vindt. Maar voor mij maakt het niet uit. Forceer jezelf niet in een jas die niet past. Ik vind het vooral belangrijk dat je gelukkig bent.’

Enerzijds ben ik inderdaad gelukkig. Het is heerlijk om alle vrijheid te hebben. Om te doen en laten wat ik wil en mezelf eindeloos te ontwikkelen. Alles bij elkaar opgeteld geloof ik dan ook niet dat ik onder de streep significant ongelukkiger ben dan mijn gesettelde medemens met kinderen.

Dat doet me denken aan die eerste weken van corona. Ik zat met een collega in een videovergadering. Allebei in dikke, vette tranen. Mijn collega wist niet waar ze het moest zoeken met vier kinderen in thuiscollege en haar man 24 uur per dag samen in huis. Ze werd gek.

Het was te veel en te druk.

Hoe groot was het contrast met mij. Ik zat helemaal alleen in huis. Geen feestjes, geen borrels, geen acteerwerk. Een groot gapend gat van leegte. En dan ook nog eens zwelgend in liefdesverdriet.

Het was te saai en te stil

Dit viel mij op. Mijn vriendinnen die een gezin hebben, piekerden vooral over hoe ze het allemaal moesten bolwerken: eigen kinderen lesgeven en ondertussen thuiswerken. Terwijl ik met mijn vrijgezelle/kinderloze vriendinnen vooral worstelde met existentiële vragen als: wat moet/wil ik nou eigenlijk in het leven. Met zeeën van tijd en het ontbreken van enig vertier bleef er tenslotte weinig over voor het leven van een vrijgezel.

Een groot voordeel van het hebben van kinderen,

(naast heel veel liefde enzo) is dat je, vermoed ik, veel minder hoeft na te denken over wat je te doen staat in het leven. Er bestaat geen twijfel over wat je grootste verantwoordelijkheid is, je trots en je zorg. Natuurlijk houdt het leven daar niet op en wil je alsnog ook een mooie carrière maken en leuke dingen doen. Maar die behoefte om betekenisvol te zijn, om een roeping te hebben, die wordt voor een groot gedeelte al vervuld. Denk ik.

Ik luisterde deze week naar de podcast Nooit meer slapen met in de uitzending Wende Snijders. Ik heb ‘m wel drie keer geluisterd. Omdat ik haar zo’n bijzondere artiest vind. Super eerlijk, openhartig en kwetsbaar. En ze vertelt ook hoe het voor haar is om geen rammelende eierstokken te hebben. Maar wel genoeg in huis om door te geven. Ja, dat is ook zo’n existentiële vraag: wat heb ik door te geven als ik geen moeder zou worden?

Of ik nou wel of niet een kind krijg, op 28 oktober komt mijn boek uit. Dat is in elk geval vast een verhaal, een creatie van mezelf die ik graag doorgeef. En mijn moeder zal ongetwijfeld vol trots op de eerste rij zitten.

in blijde verwachting

Het is 28 april 2022. Over precies zes maanden word ik veertig. VIER-NUL. Als je me twintig jaar geleden had gevraagd hoe ik mezelf zou zien op m’n veertigste, dan had ik waarschijnlijk gezegd: Gelukkig getrouwd, een paar mooie kids, een royale koopwoning en een vette carrière. We maken de balans op… ik heb een heel toffe baan.

Nu kán er natuurlijk nog van alles gebeuren in die zes maanden. God schiep de wereld tenslotte ook in 7 dagen. Dus ik zou Tinder weer van stal kunnen halen en mezelf een lamme duim swipen. Hopen dat-ie ertussen zit, dé vader van mijn kind. Maar ik ga het anders doen. Het algoritme der datingapps kan mijn rug op.

ik ga bevallen van mijn eigen kindje.

Ja, je leest het goed. Op vrijdag 28 oktober komt mijn boek Zolang ik nog vrijgezel ben ter wereld.

De laatste maanden als dertiger ga ik mijn ‘foetus’ finetunen, oftewel: mijn boek herschrijven. Want eigenlijk was ik vorig jaar al hoogzwanger van mijn manuscript. Het leuren bij uitgevers heeft echter niets opgeleverd. Hoog tijd dus voor een nieuwe strategie. Ik ga me storten op het zelf uitgeven van mijn boek. En in aanloop naar de uitgerekende datum schrijf ik elke maand een blog waarin ik toeleef naar het leven als veertiger.

Ben jij ook een (bijna-)veertiger

… en lijkt het je leuk om door mij geïnterviewd te worden over thema’s als: wordt het leven/daten/piekeren/zelfvertrouwen/(vul in) beter na je veertigste of heb je gewoon schijt aan dingen gekregen? Hoe is het om (geen) kinderen te hebben, wat valt mee/tegen, waar kijk je naar uit/tegenop, moet je wel/niet aan de botox, moet je gaan liegen over je leeftijd en kunnen ballonrokjes/pofmouwtjes/balletjesjurken/Hawaiibloesjes eigenlijk nog? Dan hoor ik je graag. Mannen worden ook zeer uitgenodigd om hun verhaal te vertellen. Leuk om van elkaar te leren. Ik kijk ernaar uit!

Oké. GÉén kind dUs, maar wEl een boek 🙂 Stay tuned.

#countdownto40 #geenkindweleenboek #zolangiknogvrijgezelben

Hé, wil je er nou bij zijn op mijn boeklancering op 28 oktober, laat het even weten. Dan zet ik je alvast op de gastenlijst. Entree = boek kopen. Ik moet tenslotte wel aan een oplage komen hè. En jij krijgt er dan een vrolijke handgeschreven noot bij. Hoe leuk!

#5 Datingoverdose

Één week, vier mannen, vier dates. Ik word wakker met een flashback van de eerste date gisterenavond en zie de stralende schaterlach van Happy Puppy weer voor me. We stonden aan de bar en wisten niet welk biertje we in de tweede ronde moesten kiezen. De bierlijst was eindeloos en stond bol van ondefinieerbare namen. Ik had voorgesteld om onze ogen dicht te doen en er blind eentje te kiezen. Daar kreeg ik direct spijt van met een bittere IPA als resultaat. Hij vroeg of ik ‘m lekker vond, maar ik trok zo’n zuur gezicht bij de eerste slok, dat ik niets meer hoefde te zeggen. Hij lachte me vierkant uit. Ik zie zijn vrolijke gezicht weer voor me, en draai me nog even nagenietend om in bed.

Good Cop, Bad Cop
Met deze eerste leuke date op zak, heb ik eigenlijk geen behoefte om nog drie andere mannen te ontmoeten deze week, maar ik heb nu eenmaal afgesproken om niet meer op één paard wedden. Goed, de politieagent is de eerstvolgende op het datinglijstje. “Hey Babe”, WhatsAppt-ie in de middag. “Ik ben benieuwd naar jou, mooie vrouw. Ik kan alleen niet meer vanmiddag afspreken, want mijn dienst loopt uit. Kan je morgenmiddag?” Ik bevestig hem dat het prima is. “Zullen we vanavond wel even bellen? Ik wil je graag eerst horen.” Bellen met vreemden is niet mijn cup of tea. Ik versta dingen vaak mis door mijn slechthorendheid en kom niet uit mijn woorden. Erg ongemakkelijk voor een eerste kennismaking. Maar hij staat erop.

“Hi Babe”, begint-ie het telefoongesprek. Dit hele ge-babe van hem, daar moeten we iets aan doen. “Spreek jij vrouwen altijd aan met Babe?” vraag ik. “Ja, vind je dat vervelend? Dat is heel normaal hier hoor, babe. Maar als je het vervelend vindt, zal ik er op letten.” Ik wil natuurlijk niet uit de hoogte doen, maar ik vind het plat. “Graag, dank je wel!” antwoord ik. Zoals het een blauwe diender betaamt, vraagt-ie me het hemd van het lijf. Hij wil weten hoe lang ik ben, wat voor kleur haar ik heb, hoe lang ik in Londen blijf, wat voor man ik zoek en of ik een relatie wil. “Je klinkt heel leuk, Frances. Ik heb zin om je te zien.” Ah, fijn! Nou, ik heb de vragen naar goedkeuring beantwoord en mag morgen met Oom Agent op stap.

No Show
Woensdagmiddag. Ik ben een half uur te vroeg en ga vast op zoek naar een leuke plek. Ik bestel een Tonic aan de bar van een hippe pub in een drukke winkelstraat. De bartender grijpt naar de fles Gin. “Nee, alleen tonic hoor, dank je wel”, zeg ik. Het is niet de eerste keer. Als je hier iets niet-alcoholisch drinkt, moet je het altijd even goed benadrukken. Tonic ZONDER gin. “Ik ben wat vroeg en zit alvast in deze pub”, WhatsApp ik de politieagent. “Geen haast hoor! Ik zie je wel verschijnen. Ik heb een geel jurkje aan. Kan niet missen :)” En dan gebeurt er iets vreemds. Ik zie de welbekende blauwe vinkjes verschijnen achter mijn berichtje, maar dan ineens verdwijnt zijn profielfoto op WhatsApp. De ervaren gebruiker in datingland weet wat dit kan betekenen: ik word geblokkeerd.

Ik stuur hem een kwartiertje later nog een berichtje, maar dan verschijnen er geen vinkjes meer. Zijn profielfoto is ook nog steeds een grijs plaatje met een wit silhouet. Ik krijg een naar, angstig gevoel in mijn lijf. Zit hij me nou echt te blokkeren en laat-ie me gewoon zitten hier? Dit heb ik nog nooit meegemaakt! Maar hij weet wel in welke pub ik nu ben. Straks staat-ie me ergens op een afstandje vanuit zijn dienstauto in de gaten te houden. Of heeft-ie een paar ‘jongens’ om het vuile werk te doen.

In paniek app ik mijn flatmate. “What a complete wanker”, zegt-ie. “Maak je geen zorgen om die sukkel. His loss.” Ik vind het niet eens zozeer erg om die gast zelf. Maar ik vind het geen fijn idee om nu naar buiten te gaan. Ik voel me in de gaten gehouden. Terwijl ik terugloop naar de metro, heb ik het idee dat ik hem overal zie lopen. Elke agent is verdacht. Dit is natuurlijk onzin. Het is gewoon een sukkel die niet het fatsoen had om af te zeggen. En dan te bedenken dat hij via Match, de betaalde datingsite kwam! Ik had het kunnen weten toen-ie me Babe noemde.

Happy Puppy stuurt me ondertussen berichtjes over zijn huizenjacht en vraagt of ik zin heb om hem dit weekend weer te zien. Daar heb ik héél veel zin in. Enige dingetje is, dat ik het hele weekend heb volgepland. Vrijdag heb ik date nummer drie, zaterdag ben ik uitgenodigd voor een BBQ en zondag heb ik date nummer vier. Ik vertel hem natuurlijk niet dat ik die andere dates heb, maar verzin wat anders. “Busy lady!” antwoordt-ie. We spreken af om elkaar volgende week woensdag te zien. Maar nu eerst: vrijdag date nummer drie. Met de IT-er. Hij komt erg leuk over op de app en ziet er goed uit. Hij heeft een strak getraind lijf door martial arts. Het oog wil tenslotte ook wat.

Trust your instinct
Vrijdagavond 20.00 uur. Ik wacht op het station van Richmond, een thuiswedstrijd voor mij dit keer. De IT-er komt aangelopen. Ik herken ‘m meteen, maar tegelijkertijd is hij anders. Nog voor hij een woord heeft gezegd, weet ik al dat dit niets wordt. Noem het een onderbuikgevoel, of intuïtie, maar het voelt niet goed. Hij koopt drie pakjes kauwgom bij de kiosk en stopt de inhoud van bijna één heel pakje in zijn mond. Is dit het moment om de benen te nemen? Te zeggen dat mijn oma ineens in het ziekenhuis ligt en ik per direct weg moet? Nee, dat zou onbeschoft zijn. Laat ik een biertje met ‘m drinken, zo erg kan het toch niet zo zijn?!

We duiken de eerste de beste pub in naast het station. De vloer is glad en donker. Slechts twee van de tientallen tafeltjes zijn bezet. We nemen plaats in een van de hoekbanken met een crèmekleurige, leren bekleding. Op het tafeltje staat een nepbloemetje in een vaas, waarvan de bovenkant een stuk is afgebroken. Mensen lopen in- en-uit. Hier kom je om de tijd te doden bij het uitvallen van een trein.

Hij vertelt dat-ie op Westminster werkt met bekende mensen, al veel hackers heeft ontmanteld en zijn eigen succesvolle business en het opzetten is. Het is hem allemaal niet komen aanwaaien. Ik vraag hem steeds om herhaling en of-ie wat langzamer kan praten, want hij mompelt razendsnel en binnensmonds.

Hij strooit met loftuitingen aan zichzelf. Zijn vader was nét zo welvarend als hij, maar die werd vermoord in Nigeria door mensen die op zijn geld uitwaren. “Ik vertrouw niemand meer en als ik jou was zou ik dat ook niet doen”, eindigt-ie zijn rede. Wacht even, dit gaat me allemaal te snel. Ik weet niet wat wel of niet waar is aan dit hele verhaal, maar ik heb er nu een uur met inspanning naar zitten luisteren, en ik wil hier niet meer zijn. Ik moet ineens denken aan een passage uit het boek van de Britse comédienne Sarah Milligan: “Never stick around somewhere that you instinctively feel is odd or potentially unsafe.”

Escape
“Ik ga even naar de wc”, is zo ongeveer het eerste wat ik tussen zijn verhaal door kan uitbrengen. “En daarna ga ik door. Ik vond het leuk om je te ontmoeten, maar ik heb nog met mijn flatmate afgesproken in een andere pub”, lieg ik. In het kleine hokje praat ik mezelf moed in om ook daadwerkelijk een eind aan deze date te breien. “Zo, ik ga ervandoor, het ga je goed”, zeg ik. Hij staat erop om me naar huis te brengen. “Je kan niet alleen over straat.” Het is nog geen 22.00 uur en ik bevind me in een van de veiligste wijken van Londen. Dat hij dit nu benoemt, zegt meer iets over hem dan de mensen buiten. “Nee, dat hoeft niet. Ga jij naar de wc, ik kom er wel uit”, zeg ik kordaat. Hij gaat naar de wc en ik maak dat ik wegkom.

Zondagochtend. Ik ben moe van alle sociale activiteiten. Date nummer vier, een Italiaan, appt me dat hij niet meer kan afspreken vandaag. Mooi. Ik maak een balans op. Vier dates: 1 weirdo, 2 No-shows en 1 leuke, vrolijke man. Ik had mijn tijd liever anders besteed, maar het heeft me in elk geval één leuke date opgeleverd. Ik kijk uit naar woensdag, wanneer ik weer in de blije ogen van die Happy Puppy kan kijken.

Copywriter Frances (35) is nog steeds single, in tegenstelling tot veel van haar vriendinnen. Ze pakt haar koffers en gaat voor een half jaar naar Londen. Voor het populaire vrouwenmagazine V!VA schrijft ze over haar avontuur vol nieuwe vriendschappen, opmerkelijke dates en leerzame confrontaties.