Retourtje Onverrichter Zake

Het is een stralende donderdagmiddag  om 12.41 uur. In de Intercity Direct van Rotterdam naar Amsterdam Centraal, met een sterke cappuccino en de Volkskrant in de aanslag, zit ik klaar voor een leuke middag in onze hoofdstad. Eerst een koffiedate met een leuke man om 13.30 uur en vervolgens rond de klok van 15.00 in training met mijn lieve collega. Ik voel lekkere kriebels en heb er zin in.

Krap vijf minuten na vertrek schieten we de Noordtunnel in. En dan staan we abrupt stil. ‘Dames en heren, raakt u niet in paniek!’ roept een conductrice even later om. Aanvankelijk lees ik ongestoord verder op de voorpagina – als ervaren treinreiziger ben ik immers niet snel onder de indruk van dergelijke opstoppingen. Maar door de woordkeuze van de NS-conductrice kijk ik toch even op. Waarom zou ik in paniek moeten raken?

Weet zij iets wat wij niet (willen) weten?

Of is ze soms bang dat de trein vol claustrofobische reizigers zit? De donkere muren van de tunnel komen ineens wel erg op me af. Een meneer links van mij doet snel zijn sjaal af en trekt de rits van zijn jas open. We geven elkaar een begripvolle glimlach. Twee dames tegenover mij giebelen met elkaar. Ik duik weer terug in mijn krant.

Na een paar lange minuten komt de volgende, niet mis te verstane melding ons ter ore: de trein is stuk, ze krijgen de boel niet meer aan de praat wegens een communicatiestoring.  ‘Dit gaat nog even duren, blijft u alstublieft rustig’. Weer die toevoeging over onze gesteldheid.

Ik ben rustig.

Het is inmiddels wel bijna 13.00 uur, dus ik ga te laat komen op mijn afspraakje. Daar baal ik van! Laat ik snel mijn koffiedate op de hoogte brengen, want ik wil tenslotte wel een goede eerste indruk maken op deze Leuke Man. Ik gris mijn mobiel uit mijn tas, swipe naar Facebook Messenger en start een charmeoffensief via de chat. Maar voor ik goed en wel mijn bericht de lucht in kan sturen, zegt mijn scherm:

GEEN NETWERK.

Een paar stoelen verder, zie ik een vrouw krampachtig haar mobiel tegen het raam duwen. Ze schuift ‘m van links naar rechts en van onder naar boven langs het raam, maar aan haar gezicht kan ik aflezen dat ze hiermee niet het gewenste resultaat bereikt. Er wordt gezucht en gesteund in de coupe, maar ook gelachen. Ik sta intuïtief op om naar een andere coupe te lopen, misschien heb ik daar wel bereik. Tevergeefs plof ik neer in een van de andere stoelen. In de naïeve veronderstelling dat alleen het internet eruit ligt, ga ik snel op zoek naar een manier om het telefoonnummer van de Leuke Man te achterhalen, want dan kan ik hem in elk geval even bellen of sms’en dat ik te laat ben. Voortaan van tevoren telefoonnummers uitwisselen!

Gelukkig weet ik nog wel iemand die zijn nummer heeft. Snel bel ik haar op. Maar het is stil aan de overkant. Geen kiestoon. Geen Service. Doodlopend spoor. ‘Dames en heren, u heeft gemerkt dat wij nog steeds stil staan …,’

JA, MENS!  Wat denk je zelf?!

‘Maar we hebben goed nieuws voor u!’, zegt de NS-omroepster enthousiast. De machinist is ondertussen blijkbaar naar de andere kant van de trein gestormd en daar hebben ze nog wel contact kunnen maken met het systeem. We kunnen we spoedig weer terug naar Rotterdam Centraal, zo horen we. Het gaat al met al niet langer dan vijf minuten duren, verzekerd ze ons. Het is rond 13.15 uur, dus dat betekent dat ik, zodra we de tunnel uit zijn, direct kan appen en er hopelijk nog niet teveel schade is geleden in Amsterdam.

Maar om 13.45 uur zijn we nog geen stap verder. Radiostilte. Mijn gedachte gaat uit naar de Leuke Man in 020, die nu al minstens 15 minuten in het ongewisse in zijn koffie roert. Wat zal hij denken? Hoe vaak heeft hij naar de deur gekeken, waar ik blijf? Zal hij al geprobeerd hebben om mij te appen? Heeft hij al een negatieve mening over mij gevormd?

Schiet op met die trein!

Het heeft natuurlijk NUL zin om me hier over op te winden, we gaan er geen seconde eerder mee thuiskomen. Maar waarom hebben ze hier geen noodnetwerk? Ik bevind me misschien niet in een levensbedreigende situatie, maar kom op! Dit is 2017 mensen. Confronterend, maar ik kan niet zonder telefoon.

Wat zou hier nog meer in de soep lopen, vraag ik me af. Die man in het pak met z’n aktetas, zou hij een sollicitatiegesprek of een andere belangrijke zakelijke afspraak mislopen? En dat stel met de koffers, zien die hun vlucht naar een langverwachte vakantie straks in rook opgaan? En wat te denken van al die arme mensen aan de andere kant van dit verhaal, die gedupeerd raken omdat tientallen zielen in de trein met geen mogelijkheid te bereiken zijn.

Wie weet slaat er ergens blinde paniek uit.

Het is 14.15 uur en ik ben inmiddels geïmplodeerd. Mijn date is nu wel ruim verkeken, ik sta op de zwarte lijst. Laat ik mijn hoop maar verleggen; als ik dan in elk geval mijn training maar niet hoef te missen! Mijn collega verwacht me pas over drie kwartier, we zullen voor die tijd toch zeker wel uit die verdomde tunnel zijn, zodat ik haar kan bellen?

Het wordt hoog tijd om me te mengen in lotgenotencontact, zodat we de boel nog een beetje draaglijk kunnen maken. Halverwege een volgende coupe zie ik ineens een oude bekende zitten: Jochem. Het perfecte gezelschap in barre tijden. Want altijd vrolijk, heerlijk relativerend en vooral niet te serieus. Dat moeten we hebben. Hij heeft uiteraard al de nodige vrienden in nood gemaakt, en stelt me aan ze voor. Zo vliegt de volgende drie kwartier gekscherend snel om in gezelligheid. Ik luister niet meer naar alle omroepen die volgen, want hoe zeer al het personeel ook zijn best doet, er is nog steeds geen licht aan het einde van de tunnel.

De 15.00 uur is inmiddels aangetikt. Mijn frustratiemeter heeft het kookpunt bereikt. Ik vervloek het dat ik nu ook de training moet missen. En dat ik nóg iemand in het ongewisse laat. Vooral het niet kunnen bereiken van mijn afspraken vind ik niet te verteren.

Er is natuurlijk echt geen man overboord door mijn afwezigheid.

En mijn lieve collega gaat dit ongetwijfeld begrijpen en redden zonder mij. Maar het neemt niet weg dat ik zwaar baal. Dankzij mijn nieuwe gezelschap ben ik in elk geval wel weer een beetje melig geworden.

En dan verwittigt de conductrice ons om allemaal op te staan en te evacueren naar een andere trein die ons uit de brand gaat helpen. Een aantal helden in neon gele jasjes en dito helm bieden ons een helpende hand om uit de trein te klimmen en via de nauwe tunnel naar de andere trein te lopen.

Het is 15.26 uur. Bijna drie uur, heel wat gestress en ervaringen later, en een paar illusies armer, keer ik onverrichter zake terug naar Rotterdam. Zodra we tunnel uitrijden, poppen de meldingen van gemiste oproepen en berichtjes binnen. Een appje van de Leuke Man bevat onder andere een link naar een wel heel toepasselijk YouTube-filmpje van BlØf: ‘Ze is er niet’.

Wordt – hopelijk vervolgd

IMG_6681IMG_6683